Discriminatie op de werkvloer: wat valt eronder en wat kun je doen?

Discriminatie op de werkvloer is niet altijd zo duidelijk als een racistische opmerking of openlijke uitsluiting. Het kan ook zitten in wie promotie krijgt, wie wordt uitgenodigd voor een opleiding of wie steeds minder gunstig wordt beoordeeld. Juist die terugkerende verschillen zijn vaak lastig te herkennen én aan te tonen.

Wat is discriminatie op het werk?

Er is sprake van discriminatie wanneer iemand vanwege een persoonlijk kenmerk anders of slechter wordt behandeld. Denk aan afkomst, huidskleur, leeftijd, geslacht, geloof, seksuele gerichtheid of een beperking.

Dat kan gebeuren tijdens een sollicitatie, maar ook bij:

  • salaris en arbeidsvoorwaarden;
  • taakverdeling en roosters;
  • beoordelingen en promoties;
  • toegang tot opleidingen;
  • contractverlenging;
  • ontslag.

Niet ieder verschil tussen medewerkers is discriminatie. Een werkgever mag onderscheid maken wanneer daar een goede, objectieve reden voor is. Iemand zonder het juiste rijbewijs afwijzen voor een chauffeursfunctie is logisch. Een oudere kandidaat afwijzen omdat die ‘waarschijnlijk minder flexibel’ zou zijn, is dat niet.

Hoe ziet discriminatie op de werkvloer eruit?

Sommige situaties zijn direct herkenbaar. Andere vallen pas op wanneer je naar een patroon kijkt.

Voorbeelden zijn:

  • racistische, seksistische of homofobe opmerkingen;
  • iemand vanwege diens afkomst steeds anders benaderen;
  • een medewerker met een beperking geen passende aanpassing bieden;
  • iemand vanwege leeftijd overslaan voor scholing;
  • vrouwen en mannen met vergelijkbaar werk verschillend belonen;
  • een werknemer niet laten doorgroeien vanwege zwangerschap of een kinderwens;
  • bepaalde collega’s structureel buitensluiten van overleg of klantcontact;
  • strengere beoordelingen geven aan één specifieke groep.

Ook een regel die voor iedereen gelijk lijkt, kan discriminerend uitpakken. Een verplichte voltijdsnorm kan bijvoorbeeld vooral medewerkers met zorgtaken benadelen. Dan moet de werkgever kunnen uitleggen waarom die eis echt nodig is.

Een grap blijft niet altijd een grap

Een veelgemaakte fout is dat discriminerende opmerkingen worden afgedaan als humor. ‘Zo bedoelde hij het niet’ of ‘bij ons gaat dat nu eenmaal zo’ verandert niets aan het effect.

Wanneer medewerkers niet durven reageren, zich aanpassen of bepaalde collega’s vermijden, is er geen veilige werksfeer. Het probleem zit dan niet alleen bij degene die de opmerking maakt. Ook de reactie van leidinggevenden en collega’s bepaalt welke norm binnen het team geldt.

Een werkgever hoeft niet iedere ongelukkige uitspraak direct zwaar te bestraffen. Wel moet duidelijk zijn waar de grens ligt en moet terugkerend gedrag worden aangepakt.

Wat wordt er van een werkgever verwacht?

Discriminatie valt onder psychosociale arbeidsbelasting (PSA). Werkgevers moeten daarom maatregelen nemen om dit risico te voorkomen en te beperken.

Dat begint niet bij een losse diversiteitstraining. Eerst moet de basis op orde zijn:

  • duidelijke gedragsregels;
  • objectieve criteria voor sollicitaties, beoordelingen en promoties;
  • een meldroute die medewerkers kennen en vertrouwen;
  • een klachtenprocedure met duidelijke stappen;
  • leidinggevenden die signalen herkennen en opvolgen;
  • consequente maatregelen als grenzen worden overschreden.

Een vertrouwenspersoon kan medewerkers ondersteunen bij een melding, maar de verantwoordelijkheid blijft bij de werkgever liggen. Een vertrouwenspersoon heeft weinig aan een melding wanneer de organisatie daarna niets onderzoekt of terugkoppelt.

Wat moet je doen als een medewerker discriminatie meldt?

Een melding vraagt om meer dan een gesprek met de betrokkenen. De werkgever moet eerst vaststellen wat er is gebeurd, welke informatie beschikbaar is en of vergelijkbare situaties eerder zijn voorgekomen. Daarbij moet ruimte zijn voor het verhaal van de melder én voor een reactie van degene over wie de melding gaat. 

Afhankelijk van de situatie kan een gesprek voldoende zijn. Bij ernstiger of herhaald gedrag kunnen een waarschuwing, schorsing of ontslag volgen. De maatregel moet passen bij wat is vastgesteld.

Doet een werkgever te weinig, dan kan een medewerker ook terecht bij een antidiscriminatievoorziening, vakbond of het College voor de Rechten van de Mens.

Kijk niet alleen naar losse incidenten

Discriminatie wordt vaak pas zichtbaar wanneer gegevens naast elkaar worden gelegd. Wie krijgt promotie? Wie stroomt uit? Wie ontvangt een tijdelijk contract? Wie maakt gebruik van opleidingsbudgetten?

Verschillen bewijzen niet direct dat sprake is van discriminatie, maar laten wel zien waar verder onderzoek nodig is.

Een onderzoek naar psychosociale arbeidsbelasting kan daarbij helpen. Medewerkers kunnen aangeven hoe zij gelijke behandeling, sociale veiligheid en de reactie op meldingen ervaren. Vital Solutions brengt deze signalen samen en vertaalt ze naar maatregelen die passen bij de organisatie. Zo blijft het niet bij een gedragscode, maar wordt duidelijk waar de werkwijze of cultuur moet veranderen.

Kennismaken met Vital Solutions

Wil je aan de slag met vitaliteit en werkgeluk? Wij zijn gespecialiseerd in vitaliteitstrajecten voor bedrijven. Neem vrijblijvend contact met ons op over organisatie vitaliteit.

Neem vrijblijvend contact met ons op

Schakel JavaScript in je browser in om dit formulier in te vullen.